Snelsonnet van een lezer

Een lezer stuurde mij het volgende snelsonnet, en gaf toestemming om het op mijn blog te publiceren.

Een snelsonnet bestaat uit een kwatrijn (vierregelige strofe) en een distichon (tweeregelige strofe). Het onderwerp is meestal actueel. Driek van Wissen schreef veel snelsonnetten. Het is een moeilijk genre, moeilijker dan het schrijven van klassieke sonnetten, vind ik. Daarom hulde aan deze lezer, die dit vers schreef toen de SGP vrouwen niet langer mocht uitsluiten.

Vrouwelijke lijsttrekker

na bijna honderd jaar is het een feit
de eerste vrouw als trekker van de lijst
een leuk succesje voor het fonds, dat eist:
laat vrouwen toe, beginsels echt ten spijt!

een fikse misser van die Zeeuwse mannen
daar gaat de fractie met haar slimme plannen

 

 

Advertenties

Gedicht voordragen: 10 tips

1. Bestudeer het gedicht
Welke gevoelens roept dit gedicht bij je op? Wat wil je ermee zeggen? Zitten er stukjes in die speciale aandacht vragen? Hoe staat het met verstaanbaarheid en begrijpelijkheid? Wat kun je doen om alles goed verstaanbaar en begrijpelijk te maken? Hoe kun je het begin en het einde stevig neerzetten?

2. Kies een invalshoek
Wat wil je zeggen met dit gedicht? Als je dat nog niet helemaal duidelijk had, is het nu tijd om daar een beslissing over te nemen.

3. Probeer mogelijkheden uit
Lees het gedicht hardop. Probeer hoe het klinkt als je snel leest, als je langzaam leest. Misschien wil je sommige stukjes sneller doen en andere stukjes langzamer. Probeer het eens op een paar manieren. Bedenk waar pauzes kunnen komen. Waar je kunt inademen. En waar je met je stem omhoog of omlaag kunt gaan.

4. Kies (en maak aantekeningen in het gedicht)
Als je weet hoe je het wilt voordragen, maak dan aantekeningen in het gedicht: omhoog, omlaag, korte rust, langere rust, vertragen, versnellen.

5. Laat het iemand horen
Als je iemand kent die naar je wil luisteren, lees het dan eens voor aan die persoon. Het is wel belangrijk dat het iemand is die op een vriendelijke, opbouwende manier commentaar geeft. Anders heb je er weinig aan, en kun je deze stap beter overslaan.

6. Stel het je voor, beeld voor beeld
Ga nu nog eens door het gedicht en stel je alle beelden voor. Die beelden moet je helder voor ogen hebben bij het voordragen. Als jij het goed voor je ziet, dan ziet je publiek het waarschijnlijk ook.

7. Oefen, oefen, oefen
Wat moet ik hier nog van zeggen? Musici studeren wel vijf uur per dag, waarom zou je een gedicht dan moeten kunnen voordragen zonder oefenen?

8. Sta, adem, rust
Draag liefst stevige schoenen. Zet je benen iets uit elkaar, ongeveer schouderbreedte. Zorg dat je tenen recht naar voren staan. Sta rechtop en ontspannen, zak een piepklein beetje door je knieën. Adem in en concentreer je. Adem uit en kijk de zaal in. Adem in en begin.

9. Breng je geluid de zaal in
Stel je voor dat je zo groot bent dat je de hele zaal vult, tot in de verste hoeken.

10. Neem de tijd
Neem alle tijd die je nodig hebt, inclusief pauzes. Terwijl jij je op het volgende beeld concentreert, heeft je publiek de tijd om het vorige beeld op zich in te laten werken. Zet vooral het begin en het slot rustig en krachtig neer.

Succes!

Sonnet 77: bevrijding

Mijn vader groeide op in crisistijd.
De kachel werd gestookt op eierkolen,
je maalde koffie in een houten molen
en deed er Buisman bij uit zuinigheid.

Schoenen liet je nog een keer verzolen.
Zingend voerde je de klassenstrijd
als vriend van de natuur en begeleid
door banjo’s. In de volkstuin gladiolen.

Mobilisatie kwam, bezetting, distributie
je kon niet kopen wat je kon betalen
en in de duinen was de eerste executie.

Treinen om de Joden op te halen.
Bevrijding, welvaart. Hier geen revolutie.
Wat werd er van mijn vaders idealen?

sonnet 77 2009
alle rechten voorbehouden
overnemen ongewijzigd en met toestemming

Westers kwatrijn

Westers kwatrijn

Lees verder

Sonnet over coma

Locked in

Je bent in coma. Om je heen gepiep
maar je hebt geen idee wat het betekent
en je hoort stemmen ook. Iemand berekent
je vochthoeveelheid. Onbekende Miep.

Nu ergens in je arm een stekend
voorwerp. ‘Jee, wat zit-ie diep!’
zegt de verpleegster. Wel een aardig tiep,
denk je. Je vindt haar stem aansprekend.

En dan hoor je ze praten over jou
en hoeveel weken ze je nog gaan geven
de kosten lopen immers uit de klauw,

en zo zou jij toch ook niet willen leven?
Kon je maar schreeuwen: ‘Alstublieft, mevrouw!’
Maar ’t gaat niet. Je wordt drooggewreven.

© Betje Sonnetje 20 maart 2012

Hoe klinkt een limerick?

(ke)DENG ke ke DENG ke ke DENG (ke)
(ke)DENG ke ke DENG ke ke DENG (ke)
(ke)DENG ke ke DENG (ke)
(ke)DENG ke ke DENG (ke)
(ke)DENG ke ke DENG ke ke DENG (ke)

Dit is het metrum van een limerick. Het is een driedelig metrum.
Het rijmschema is aabba.

Hoe klinkt een sonnet?

(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)

(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)

(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)

(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke)
(ke)DENG keDENG keDENG keDENG keDENG (ke) Lees verder

Sonnet Onafwendbaar

Ik weet het wel, het moet een keer gebeuren.
’t Is onvermijdbaar, geen ontkomen aan.
Al zou ik het veel liever overslaan,
het helpt niet om te pleiten of te zeuren.

Het moet en daarom zal ik het doorstaan
mijn benen willen niet, ik moet ze sleuren
mijn wangen krijgen allerhande kleuren
en in mijn ooghoek staat een dikke traan.

Dan open ik mijn mond, ik kan niet spreken;
stil lig ik achterover op mijn rug.
Als ik kon praten, zou ik willen smeken

maar uit mijn keel komt rochelend gekuch.
Nadat minstens een middag is verstreken
hoor ik de tandarts: ‘Dat ging lekker vlug!’

sonnet 477 ©betjesonnetje 2011

Sonnet over prins Friso

Een prins ging skiën. Het was prachtig weer
hoewel gevaarlijk. Maar hij had routine.
Hij durfde best off-piste. Het alpine
landschap trok. Hij suisde als een speer

tot hij werd ingehaald door een lawine.
Het duurde een minuut of twintig eer
hij hulp kreeg. Keer op keer op keer
bewoog zijn borstkas als een trampoline.

Naar Innsbrucks ziekenhuis. Aan de machine.
Hoe gaat het verder? In een luxe sfeer
wordt hij verzorgd. Zijn brein is een ruïne.

Al skiet de prins vermoedelijk nooit meer
hij hoeft nog niet per koets of limousine
op weg te gaan naar Onze-Lieve-Heer.

om de kleur van het koren

augustuswarmte op het gele veld
een racefietser racet langs. een jong gezin
kind achterop en kleiner kind voorin
passeert me kletsend. iemands ijsje smelt

bepakte fietsen rijden het perron
af. in een winkel hoor ik bitte sehr
en danke schön en kortebroekenweer
ver in een weiland landt een luchtballon

zo was het ook toen jij daar in dat bed
zand woei naar binnen door het open raam
er was een tube in je keel gezet

en al die slangen die ze vakbekwaam
en dat gepiep en alles moest ontsmet
en ik zat naast je en ik zei je naam

sonnet 6 ©BetjeSonnetje 2009

Sonnet Bromvlieg

Er zit een bromvlieg op het raam. Hij kijkt
naar buiten. Daar wil hij naartoe. Alleen,
hij kan hij de weg niet vinden. Ook al lijkt
het simpel, hij zoekt uren achtereen.

Het raam staat open maar dat helpt hem niet.
Hij zou dan om de stijl heen moeten gaan.
Recht vooruit is alles wat hij ziet.
Naar voren gaat hij, geen ontkomen aan.

En telkens botst hij op het harde glas
en in zijn wanhoop schiet hij heen een weer
op weg naar buiten, naar de heg, het gras
en stoot opnieuw zijn hoofd en doet zich zeer.

Vlieg, soms ben ik net zo dom als jij
Blijf dwalen, met de oplossing vlakbij.

Engels of shakespeareaans sonnet, geplaatst naar aanleiding van dit bericht: http://betaalbaareten.wordpress.com/2013/02/20/wesp-tegen-het-raam

© Betje Sonnetje 2009

De Dapperstraat (parodie)

DE GELUKKIGE OUDERE

Cultuur is voor bezetenen of legen
en dan, wat is cultuur nog in dit land?
Een avond uit, een stukje in de krant,
muziek waarvoor subsidie is verkregen.

Geef mij de televisie tot half negen:
beroving, aanslag, oorlog, huis in brand,
een bultrug ligt te sterven op het strand.
Na het journaal kan ik er wel weer tegen.

Alles is mooi voor wie niet veel verwacht.
Het gaat perfect met mij, ik heb geen zorgen
al wou ik dat mijn zoon wat vaker kwam.

Dit heb ik bij mezelf eens overdacht
onzichtbaar in mijn woning opgeborgen
domweg gelukkig met een boterham.

© Betjesonnetje 2013

Met dank aan J.C. Bloem

Naar Nieuwjaar

December strompelt naar zijn laatste feest.
Begonnen met surprises en gedichten,
niet van die serieuze hoor, maar lichte –
maar wee degene die het rijmpje leest –

gingen we rustig door naar het verplichte
genieten van het aangeschoten beest.
Drie dagen Kerst, toen was dat weer geweest
waarna we ons op oliebollen richtten.

Na bisschopswijn en Glühwein en Campari
een rijstebrijberg van gebak en drank,
onbruikbare cadeautjes en bombari,

gezelligheid met Jos en Jan en Arie
en ongezonde roodstand bij de bank
wordt het tenslotte toch nog januari.

© BetjeSonnetje 2012

Kerstgedicht voorlezen

Ik ga het doen: een gedicht voorlezen op een kerstbijeenkomst. Het wordt The Great Escape. Ik heb een voicecoach gevonden die het met me heeft ingestudeerd. Een paar van de aanwijzingen die ze me gegeven heeft, zal ik hier binnenkort posten; misschien heeft iemand anders er nog wat aan. Hier is het gedicht dat ik ga voorlezen:

The Great Escape

Kerstmorgen. Witte lakens op het land
maar op de ramen tikt een spikkelregen.
Bakken komen ze vandaag niet legen.
Deze datum ook geen ochtendkrant.

Smeltend ijs en prut op binnenwegen,
weeralarm maar weer niets aan de hand.
Niet romantisch in de sneeuw gestrand
en op Schiphol zijn ze opgestegen.

Dit jaar heb ik nog geen kaars gebrand.
Boomloos huis en geen cadeau gekregen.
De hond ligt te verharen in haar mand.

Geen kalkoen ontmoet mijn ovenwant.
Op de akker zie ik een fazant
en hij leeft nog. Beestje, heil en zegen.

Sinterklaas

Piet Krediet

November. Bijna tijd voor Sinterklaas.
Die baas komt binnenkort weer zwartepieten.
Genieten wordt dat en wie hun kredieten
open lieten kopen in een waas

speculaas en marsepeinen kaas
en ander aas, zo nodig zelfs granieten
sierparkieten want je wilt je grieten
niet verdrieten en je bent al daas.

Indiase friemeltjes, een dwaas
vaasje koop je en zelfs travestieten
rekwisieten, pillen voor de blaas,
water uit de Maas of namaakfrieten.

Maar kredietlimieten gaan helaas
pindakaas. Daar eindigt mijn relaas.

© Betjesonnetje 2009, sonnet 47