sonnet 26 ontmoeting

Winkelcentrum. Bij de draaideur zit
een vrouw. Over haar lange zwarte haren
een sjaal. Een wollen doek ligt op haar zware
lange rok van buitenlandse snit.

Ze zegt hallo en kijkt mij vragend aan
ze glimlacht maar het gaat niet erg van harte.
Ik neem een ogenblikje haar aparte
gestalte in me op. Ze ziet me staan

en uit haar ogen springt een bange vraag
aan mij, een vreemde in een kille straat.
Ik kijk en denk, hoe kan zo’n vrouw hier wonen

heeft zij ook vrienden, ouders, dochters, zonen?
Dan trekt ze haar conclusie. Langzaam gaat
de Straatkrant in haar handen weer omlaag.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s