Dagelijks archief: 01/01/2012

Nogmaals: de Joden en de pest

Er waren eens drie artsen.  Ieder van de drie vond een manier om een gevaarlijke besmettelijke ziekte te stoppen.  Wat bracht het ze op?  Wat bracht het de maatschappij op?

De eerste arts heette Balavignus. Hij woonde en werkte in Straatsburg toen daar in 1348 een pestepidemie uitbrak. Aan deze epidemie, die de geschiedenis ingegaan is als de ‘Zwarte Dood’, stierf ongeveer een kwart van de bevolking. De Joodse arts Balavignus vond een manier om de epidemie een halt toe te roepen.

Hij riep de bewoners van de Joodse wijk op om de hele wijk grondig schoon te maken. Al het afval moest verbrand worden. Dat hielp: de Joden van Straatsburg hadden maar heel weinig last van de pest.

Het viel de niet-Joden in Straatsburg op. Je zou denken: het stadsbestuur kwam met hem praten. Ze vroegen naar de methode. Ze probeerden hetzelfde in andere wijken en ja hoor: daar werkte het ook. Straatsburg bleef  grotendeels gespaard voor de Zwarte Dood. Balavignus kreeg een standbeeld. Overal in Europa vind je nu Balavignusstraten, -pleinen en -ziekenhuizen.

Nee, zo ging het niet. Balavignus werd beschuldigd van het veroorzaken van de pest. Hij zou de openbare waterbronnen vergiftigd hebben. Weliswaar wordt de pest niet overgebracht via water, maar dat wist men toen nog niet. De pest wordt overgebracht door vlooien van de zwarte rat. Als je in een wijk al het afval opruimt en verbrandt, zul je weinig ratten hebben en dus ook weinig pest.

Balavignus kwam op de pijnbank terecht, waar hij onder marteling bekende. Daarmee was het bewijs geleverd: het waren de Joden die de pest veroorzaakten.

Balavignus werd ter dood gebracht, maar dat was niet alles. Overal in Europa braken pogroms uit. Hele Joodse gemeenschappen zijn verjaagd of uitgeroeid. En dat ging daarna nog eeuwen door, telkens als de gevreesde ziekte uitbrak.

Balavignus had gelijk.  Maar zijn gelijk hielp hem niet. En ook de andere Joden niet.

De tweede arts heette Semmelweis. Rond 1850 werkte hij in een ziekenhuis waar – zoals in de meeste ziekenhuizen in die tijd – veel vrouwen stierven aan kraamvrouwenkoorts. Semmelweis ontdekte dat de ziekte ongewild werd overgebracht door artsen. Nadat hij de artsen verplicht had om hun handen te wassen met bleekwater, daalde het aantal sterftegevallen tot minder dan 1%.

Semmelweis heeft tijdens zijn leven weinig erkenning gekregen. Dit veranderde toen rond 1890 Louis Pasteur de bacterie ontdekte.  Hij kreeg alsnog de eer die hem toekwam. Je kunt makkelijk straten of ziekenhuizen vinden die naar hem genoemd zijn.

De derde arts heette John Snow. Hij leefde in dezelfde tijd als Semmelweis. Hij ontdekte dat cholera verspreid wordt via besmet drinkwater, in plaats van via de lucht, zoals eerder gedacht werd. Snow had geen probleem om zijn stadgenoten te overtuigen. Er bestaan monumenten voor John Snow en er zijn ook delen van universiteiten naar hem genoemd.

Er is een vraag waar ik mee rondloop. Snow kreeg meteen erkenning, Semmelweis na zijn dood. Maar Balavignus helemaal nooit. Waarom niet? Zijn ontdekking was net zo goed als die van Semmelweis of Snow. Miljoenen mensenlevens hadden gespaard kunnen worden door zijn aanwijzingen op te volgen. Waarom gebeurde dat niet?

Gelijk hebben is heel wat anders dan gelijk krijgen, dat is een ervaringsfeit. Maar begrijpen doe ik het niet.

Advertenties

Japanse mandoline (groentesnijder)

Na speuren en shoppen in allerlei kookwinkels is dit hem geworden: de kleine Benriner met opvangbak, uit Japan.

Hij is van plastic. Het schuine mes zit vast. De plaat waarover je de groente naar het mes voert, kun je met een stelschroef op de juiste hoogte brengen.  De plakjes of reepjes worden dan  precies zo dik of dun als je ze hebben wilt. Tussen het mes en de aanschuifplank kun je een soort kammetje monteren, met tanden van rechtopstaande mesjes. Je schuift de groente tussen de tanden door over het mes en voilà: reepjes.  Er zijn drie kammetjes, in drie verschillende breedtes. Bij de fijnste zitten er ongeveer zes tanden op een centimeter. In de opvangbak zitten ook nog twee raspen, een grove en een fijne. Die zijn bijvoorbeeld geschikt voor gember en voor knoflook.

De Börner staat nog op de aanrecht. Wat lijkt hij oud nu. En groot. Ik vraag me af of ik hem nog ga gebruiken. Er zijn toch echt dingen waar hij heel goed in was …

Maar ik voorzie dat zijn laatste reis voor de deur staat. Ouwe  Börner V3, hoeveel kilo’s groente en fruit zullen wij samen geschaafd en gesneden hebben? Vele emmers vol. Ik zal me weemoedig voelen als ik je wegdoe.

En toch blij met mijn nieuwe kleine Japanner.

Mandoline (groentesnijder) kopen

Mijn eerste mandoline was een Börner V3. Hij had een V-vormig mes en je kon er drie verschillende platen insteken: voor smalle reepjes (julienne, 3,5 mm.), brede reepjes (7 mm.) en plakjes. De plakjesplaat kon je omkeren zodat je twee diktes had.

Hoewel het in het begin even wennen was, gebruikte ik het toestel al snel iedere dag. Soms wilde ik gauw even wat plakjes snijden boven een pan. Dat ging prima, tot ik het op een dag boven een hete pan probeerde. Toen had ik een nieuwe mandoline nodig.

Dat was mijn tweede, precies hetzelfde als de eerste. Ik kocht hem, net als de eerste, in de zomer op een markt van een standwerker.  Mijn toestel begint nu, na vele trouwe jaren van zware dienst, oud en gammel te worden. Ik zocht de markt op.

Maar ik kon de standwerker met de groentesnijders niet vinden. Was het toeval, of is hij er niet meer?

Dus ik ben elders op zoek gegaan, in winkels en op het internet. De Börner schijnt vernieuwd te zijn en de nieuwe versie ziet er nog beter uit dan de oude.  Maar waar kan ik hem kopen? Bij Amazon. Daar heb ik nou niet niet veel zin in. Ik wil hem graag bij een winkel halen, of op een markt.

Winkels in dan maar.  En het is gelukt. Maar voordat ik ga vertellen over mijn nieuwe aanwinst, wil ik eerst nog even, voor wie het weten wil, vertellen wat de voor- en  nadelen zijn van de Börner.

De voordelen:

– V-vormig mes. Dit snijdt licht en gelijkmatig.

– Niet te duur. Ik betaalde €25, dat zal nu wel meer zijn, maar het loopt niet uit de hand.

– Gaat vele jaren mee, als je hem niet mishandelt.

– Makkelijk schoon te houden en op te bergen.

– Blijft goed scherp.

En nu de nadelen:

– De fijne julienne is voor veel doeleinden geschikt, maar erg fijn is hij niet.

– De grove juliennerasp gebruik ik zelden of nooit. Ik vind dat het snijden zwaar gaat. De groente loopt herhaaldelijk vast.

– Maar twee diktes van plakken mogelijk.

– Het witte plastic neemt de kleur van de groenten aan, waardoor het toestel er vies uitziet terwijl het schoon is.

– Je moet hem echt niet op een hete pan zetten, ook niet één keertje maar …

Bij de nieuwe V5 zijn enkele van deze nadelen opgelost.

Meer over mandolines in een volgende post.