Categorie archief: diversen

IJsvrij


Watervogels uitgezonderd

Een kruikje voor de waterleiding

Leiding op foute plaats

De plek waar het water bij mij het huis binnenkomt, is heel ongunstig: halfsteens muurtje, onverwarmde ruimte, aan de noord-oostkant. Als de leiding op die plaats bevriest, heb ik helemaal geen water meer. Is in het verleden wel gebeurd. Nu doe ik het zo:

Bij vorst breng ik ’s avonds een paar grote pannen met water aan de kook. Die zet ik in het koude hoekje, vlakbij de waterleiding. Oude jas eroverheen. Het water uit de pannen geeft heel langzaam zijn warmte af, ’s morgens zijn de pannen nog lauw.

Sinds ik het zo doe, is de leiding nooit meer op die plaats bevroren, maar mocht het toch een keer gebeuren, dan heb ik in elk geval een paar flinke pannen met drinkwater om de dag mee te beginnen.

Meer tips: hier

Watermeterput isoleren

    Oude watermeterput vorstvrij

De watermeter zit buiten bij mij, in een put. Die put had geen tussendeksel meer. Ik heb een nieuwe gemaakt van plastic schrootjes. Zijn goedkoop en je kunt ze op maat snijden met een stanleymes. Zo’n tussendeksel helpt al een heel stuk.

Daar bovenop leg ik een laagje isolatie, bijvoorbeeld op maat gemaakte stukken van een oud kampeermatje. Je moet iets hebben dat geen vocht opneemt, anders werkt het niet. Een grote plastic zak losjes gevuld met lege plastic tasjes doet het ook. Maar dit jaar geen problemen met de watermeterput, dankzij de sneeuw, die alles mooi afsluit en isoleert.

Meer tips: hier

Clerihew Beatrix

  • Koningin Beatrix
  • deed een  lap om haar hoed, het was niet niks.
  • Een blonde meneer zei er wat van
  • waarop zij antwoordde: ‘Doe ’s normaal man!’

(Een Clerihew, spreek uit Clairy you, is een vierregelig knittelvers. Onregelmatige zinslengte, geen metrum, rijmschema aabb. Light verse.)

Grappige sonnetten

Via Google komen hier regelmatig mensen terecht die op zoek zijn naar ‘grappige sonnetten’.

Hier zijn er een paar:

Alweer: de Joden en de pest

Er was een feit waar iedereen het over eens was tijdens de pestepidemie van 1348 in Straatsburg: de Joden hadden veel minder last van de ziekte dan de niet-Joden. Hoe kwam dat? Daarover was verschil van mening.

De Joodse arts Balavignus had de bewoners van het getto aangemoedigd om de hele wijk schoon te maken en het afval te verbranden. De pest wordt overgebracht door vlooien van ratten. Als je het afval verbrandt zul je minder ratten hebben en dus ook minder pest. Maar dat was toen nog niet bekend.

De niet-Joden hadden de Joden kunnen vragen hoe het kwam dat zij minder minder zieken hadden. Dan zouden ze gehoord hebben over de schoonmaak van de wijk. Dat hadden ze dan ook kunnen proberen. Vele mensenlevens hadden op die manier gespaard kunnen worden.

In plaats daarvan beschuldigden ze Balavignus ervan dat hij de openbare waterbronnen vergiftigd zou hebben.  Onder marteling bekende hij. Vervolgens braken in heel Europa pogroms uit: Joodse gemeenschappen werden verjaagd of uitgeroeid.

Wat mij fascineert in dit verhaal, is dat de niet-Joden handelden op een manier die in strijd was met hun eigen belang. Ze gingen nog liever massaal dood dan iets aan te nemen van een Jood.

Natuurlijk is het makkelijk om er een etiketje op te plakken: zondebokdenken. De niet-Joden  veronderstelde kwaadwil bij de Joden – maar de Joden waren niet kwaadwillend. De niet-Joden waren kwaadwillend, jegens de Joden. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.

Als iets een naam heeft, is het daarmee nog niet verklaard. Laat staan opgelost.

Waarom doen mensen zo?  Zijn er mogelijkheden om deze geneigdheid te beperken? Hadden de Joden iets kunnen doen om dit debacle te voorkomen? Zo ja, wat dan?

Wie het weet, mag het zeggen …

Nogmaals: de Joden en de pest

Er waren eens drie artsen.  Ieder van de drie vond een manier om een gevaarlijke besmettelijke ziekte te stoppen.  Wat bracht het ze op?  Wat bracht het de maatschappij op?

De eerste arts heette Balavignus. Hij woonde en werkte in Straatsburg toen daar in 1348 een pestepidemie uitbrak. Aan deze epidemie, die de geschiedenis ingegaan is als de ‘Zwarte Dood’, stierf ongeveer een kwart van de bevolking. De Joodse arts Balavignus vond een manier om de epidemie een halt toe te roepen.

Hij riep de bewoners van de Joodse wijk op om de hele wijk grondig schoon te maken. Al het afval moest verbrand worden. Dat hielp: de Joden van Straatsburg hadden maar heel weinig last van de pest.

Het viel de niet-Joden in Straatsburg op. Je zou denken: het stadsbestuur kwam met hem praten. Ze vroegen naar de methode. Ze probeerden hetzelfde in andere wijken en ja hoor: daar werkte het ook. Straatsburg bleef  grotendeels gespaard voor de Zwarte Dood. Balavignus kreeg een standbeeld. Overal in Europa vind je nu Balavignusstraten, -pleinen en -ziekenhuizen.

Nee, zo ging het niet. Balavignus werd beschuldigd van het veroorzaken van de pest. Hij zou de openbare waterbronnen vergiftigd hebben. Weliswaar wordt de pest niet overgebracht via water, maar dat wist men toen nog niet. De pest wordt overgebracht door vlooien van de zwarte rat. Als je in een wijk al het afval opruimt en verbrandt, zul je weinig ratten hebben en dus ook weinig pest.

Balavignus kwam op de pijnbank terecht, waar hij onder marteling bekende. Daarmee was het bewijs geleverd: het waren de Joden die de pest veroorzaakten.

Balavignus werd ter dood gebracht, maar dat was niet alles. Overal in Europa braken pogroms uit. Hele Joodse gemeenschappen zijn verjaagd of uitgeroeid. En dat ging daarna nog eeuwen door, telkens als de gevreesde ziekte uitbrak.

Balavignus had gelijk.  Maar zijn gelijk hielp hem niet. En ook de andere Joden niet.

De tweede arts heette Semmelweis. Rond 1850 werkte hij in een ziekenhuis waar – zoals in de meeste ziekenhuizen in die tijd – veel vrouwen stierven aan kraamvrouwenkoorts. Semmelweis ontdekte dat de ziekte ongewild werd overgebracht door artsen. Nadat hij de artsen verplicht had om hun handen te wassen met bleekwater, daalde het aantal sterftegevallen tot minder dan 1%.

Semmelweis heeft tijdens zijn leven weinig erkenning gekregen. Dit veranderde toen rond 1890 Louis Pasteur de bacterie ontdekte.  Hij kreeg alsnog de eer die hem toekwam. Je kunt makkelijk straten of ziekenhuizen vinden die naar hem genoemd zijn.

De derde arts heette John Snow. Hij leefde in dezelfde tijd als Semmelweis. Hij ontdekte dat cholera verspreid wordt via besmet drinkwater, in plaats van via de lucht, zoals eerder gedacht werd. Snow had geen probleem om zijn stadgenoten te overtuigen. Er bestaan monumenten voor John Snow en er zijn ook delen van universiteiten naar hem genoemd.

Er is een vraag waar ik mee rondloop. Snow kreeg meteen erkenning, Semmelweis na zijn dood. Maar Balavignus helemaal nooit. Waarom niet? Zijn ontdekking was net zo goed als die van Semmelweis of Snow. Miljoenen mensenlevens hadden gespaard kunnen worden door zijn aanwijzingen op te volgen. Waarom gebeurde dat niet?

Gelijk hebben is heel wat anders dan gelijk krijgen, dat is een ervaringsfeit. Maar begrijpen doe ik het niet.

Werk in uitvoering

Gewaardeerde lezer,
Ik ben dit blog aan het herstructureren. Ik hoop dat je ondertussen toch kunt vinden wat je zoekt.
Aan de rechterkant van deze pagina kun je van alles aanklikken, of zelf een zoekwoord intikken.
Betje Sonnetje.

De Joden en de pest

1348. In Europa heerst de Zwarte Dood waaraan uiteindelijk ongeveer een derde van de Europese bevolking zal overlijden. Joden he Lees verder

ik ben er weer

Toen ik bijna 500 sonnetten had – en ik heb er nog steeds geen 500 – vroeg ik me af, wat ik Lees verder